Digitale pathologie een must bij regionale samenwerking

Kies voor open systemen op basis van standaarden

De toekomst van digitale pathologie begint zichtbaar te worden. Steeds meer labs kiezen hiervoor om hun efficiency te verhogen en makkelijker samen te werken met anderen. Wat zijn de succesfactoren voor digitale pathologie? Wat kunnen (Nederlandse en Belgische) pathologen leren van de regionale samenwerking in Scandinavië en de UK? En hoe kunnen we de businesscase verder vormgeven?

‘The proof of the pudding is in the eating’. Daarom hebben wij maar één advies aan labs die een overstap naar digitale pathologie overwegen: ga in gesprek met labs die u zijn voorgegaan.

Mathias Sellenslagh, Accountmanager Digitale Pathologie

Het gaat hard met de digitalisering van pathologie in de Benelux. Steeds meer labs ontdekken de voordelen van digitaal werken. Digitalisering komt de kwaliteit van diagnostiek ten goede: coupes, kleuringen en verslag staan op één plek; meerdere kleuringen kunnen tegelijkertijd op het scherm worden getoond en zo eenvoudiger worden vergeleken; en alle coupes zijn in één oogopslag zichtbaar zodat je makkelijker het overzicht houdt. Daardoor kan de patholoog de kwaliteit van complexe cases beter borgen.

Ook draagt digitale pathologie bij aan verhoging van de efficiency. Het bij elkaar zoeken van aanvraag, coupe en verslag kost in een analoog proces veel tijd. In een digitale workflow worden die onderdelen automatisch verbonden, wat ook de patiëntveiligheid verhoogt. Dit bespaart veel tijd, met name als het gaat om beelden uitwisselen, en kan daardoor leiden tot een snellere diagnose. Lees ook het blog van UMC Utrecht over De 15 voordelen van digitale pathologie.

Uitwisselen van beelden: gebruik de DICOM-standaard

Digitale pathologie maakt het eenvoudiger om beelden uit te wisselen met andere labs en ziekenhuizen. Het is niet langer nodig om glaasjes en verslagen op te sturen; het delen van een digitaal beeld en het bijbehorende verslag is voldoende. Wie echter beelden wil uitwisselen, zal gebruik moeten maken van standaarden. Waar vijftien jaar geleden bij radiologie de netwerktechnologie een showstopper was als het gaat om het digitaal uitwisselen van beelden, ligt de uitdaging vandaag de dag bij pathologie meer bij de interoperabiliteit van systemen. Immers, als systemen elkaars taal niet spreken kunnen de beelden die zijn gemaakt met apparatuur van leverancier A niet worden ingelezen in apparatuur van leverancier B. In dat geval zijn pathologen alsnog aangewezen op het fysiek versturen van coupes en verslagen, met alle vertraging (tot soms wel twee weken) van dien.

Pathologie heeft daarom de laatste jaren ingezet op de verdere standaardisatie van de DICOM-standaard, namelijk supplement 145. Dit vraagt natuurlijk wel van de industrie dat zij zich aan die standaard houden bij het ontwikkelen van apparatuur.

Scandinavië wijst de weg

Specialisatie van de patholoog is in enkele Scandinavische landen dé driver geweest voor de overheid om regionale of zelfs landelijke samenwerking te verplichten. Door deze ontwikkeling kijkt er altijd een patholoog met de juiste deelspecialisatie naar het onderzoek, wat de kwaliteit van diagnostiek verbetert. Zeker kleine labs, met slechts drie of vier algemene pathologen in dienst, zullen bij complexere casussen sneller de behoefte hebben om externe expertise in te roepen. Wanneer zij simpelweg de digitale beelden kunnen delen met een andere patholoog, is de drempel om een specialist te consulteren een stuk lager.

In Nederland wil de overheid digitale gegevensuitwisseling in de zorg versnellen. Daar zal op termijn ook pathologie een belangrijke rol in gaan spelen. Met het Pathology Image Exchange (PIE)-programma is er reeds een landelijk platform. Met PIE kunnen pathologen onafhankelijk van het systeem dat zij op het lab gebruiken beelden uitwisselen, mits de beelden voldoen aan de standaard. En daar ligt een probleem, want nog lang niet alle labs en fabrikanten hebben de standaard omarmd. Sectra wel. Wij vinden het gebruik van standaarden en zo het bevorderen van uitwisseling van beelden een cruciale factor in het verbeteren van de kwaliteit van pathologie. We zijn het aan de patiënt verplicht om al het mogelijke te doen wat in onze macht ligt om de kwaliteit van diagnostiek te verbeteren.

Integrated diagnostics als volgende stap

Standaardisering zorgt niet alleen voor interoperabiliteit, het opent ook de weg naar integrated diagnostics. Waar vandaag de dag de meeste medische disciplines nog in hun eigen silo werken en daardoor veel relevante informatie missen om de juiste diagnose te stellen, zorgt een geïntegreerde benadering voor een betere en vaak ook snellere diagnose. Gebruik van de DICOM-standaard in pathologie helpt daarbij. Want als binnen het ziekenhuis DICOM dé standaard is voor medische beelden, wordt het voor radioloog en patholoog eenvoudiger om elkaars beelden te bekijken. De patholoog kan de CT-scan bekijken en zich zo wellicht een andere visie vormen van datgene wat hij ziet op een coupe. Beiden kunnen zo een multidisciplinair overleg beter voorbereiden. Tijdens het overleg kunnen naast de radiologiebeelden in hetzelfde beeldensysteem ook de digitale coupes worden getoond, zodat er meer inzicht is en een betere conclusie getrokken kan worden.

De beste weg naar integrated diagnostics is een gefaseerde aanpak. In de eerste fase worden de twee silo’s – pathologie en radiologie – samengevoegd in één systeem, zodat beide specialismen in elkaars onderzoeken met bijbehorend verslag kunnen kijken. In de tweede fase kunnen beide specialismen gezamenlijke correctieve aanpassingen doorvoeren. En tot slot kan machine learning (AI) worden toegevoegd om het plaatsen van annotaties over disciplines heen te faciliteren. Echter is dit laatste nog toekomstmuziek. (Lees ook: Machine Learning maakt specialisten nog slimmer)

Iedereen ziet AI wel als een hoger doel van digitale pathologie. Daarom doet men er goed aan om bij de aanschaf van een systeem voor digitale pathologie nu al rekening te houden met de integratie van third party tools. Net zoals een ziekenhuis het leeuwendeel van de medicatie inkoopt en niet zelf maakt, zullen ook machine learning algoritmen in de toekomst primair worden geleverd door derde partijen. Het is dan prettig als gebruik van die algoritmen integraal onderdeel wordt van de workflow, zodat de patholoog geen ander systeem hoeft te openen. De software van Sectra heeft ook een agnostisch karakter wat betreft AI. Zowel third party tools als door het ziekenhuis zelf ontwikkelde algoritmen behoren tot de mogelijkheden om te integreren.

Waar ligt de businesscase?

Digitale pathologie biedt, kortom, veel voordelen. Toch zullen veel labs, zeker de kleinere, een investering vaak niet rechtvaardigen. Ook op dit vlak kunnen zij samenwerken. Want waarom zou ieder lab investeren in een workflowsysteem voor digitale pathologie als ze de kosten ook kunnen delen? De coupes kunnen op één fysieke locatie worden gedigitaliseerd en vervolgens door de pathologen in meerdere labs op afstand worden bekeken.

Deze manier van virtueel samenwerken is in Scandinavië en de UK al jaren gemeengoed. In Nederland is dit in opkomst door fusies en regio samenwerking, in Vlaanderen geeft de vorming van de zorgnetwerken weer een uitgelezen kans om digitale samenwerking te bevorderen. Labs delen daarbij de kosten van digitalisering: zowel de investering in een workflow systeem, WSI-scanners als de kosten voor opslag van de beelden. Tegelijkertijd maken ze veel intensiever gebruik van elkaars subspecialisaties. Daardoor kunnen de kosten omlaag en gaat de kwaliteit van diagnostiek omhoog. Een andere manier om snel tot een businesscase te komen, is aan te haken bij de investering van een Enterprise Image Management (EIM) systeem. Zodra ziekenhuizen hun PACS hebben afgeschreven, kiezen ze nu immers vrijwel allemaal voor een EIM. Dit biedt onder meer grote voordelen op het gebied van integrated diagnostics, want de verschillende disciplines hoeven minder tussenstappen uit te voeren om samen te werken. Ook kan de IT-infrastructuur voor meerdere disciplines worden gebruikt.

Dit is hét moment voor pathologie om aan te haken. Pathologie is immers de kern van oncologiediagnostiek. Zoals al eerder aangehaald hebben patholoog, radioloog en oncoloog, maar vooral de patiënt, veel te winnen bij een multidisciplinaire samenwerking. EIM effent de weg hier naartoe. Als onderdeel van een EIM-project is de investering in digitale pathologie veel eenvoudiger te rechtvaardigen. Het advies aan de afdeling pathologie is om aan te haken bij zo’n initiatief binnen het ziekenhuis om op basis van kosten en baten een sterker verhaal op te bouwen.

Win advies in bij ervaringsdeskundigen

‘The proof of the pudding is in the eating’. Daarom hebben wij maar één advies aan labs die een overstap naar digitale pathologie overwegen: ga in gesprek met labs die u zijn voorgegaan. Vraag hen naar de ervaringen en leer van het traject dat zij hebben doorlopen en denk daarbij aan de nodige standaardisatie. Wij brengen u graag in contact met labs die het gehele avontuur reeds hebben doorlopen.

 

Mathias Sellenslagh, accountmanager digitale pathologie & Moniek Kleintjes, applicatiespecialist digitale pathologie